De vraag naar diversiteit in toezicht en bestuur is de afgelopen jaren sterk toegenomen.
In het hedendaagse governance-landschap wordt niet langer uitsluitend gekeken naar financiële, juridische
of bedrijfskundige expertise, maar ook naar de ervaring met leiderschap, crisisbeheersing, strategisch
inzicht en integriteit. In die context vormt de instroom van oud-militairen in Raden van Commissarissen
(RvC) en Raden van Toezicht (RvT) een interessant fenomeen.
Dit onderzoek richt zich op de meerwaarde die oud-militairen, voornamelijk officieren uit de
krijgsmacht, met decennialange ervaring, kunnen toevoegen aan toezichthoudende organen in het
publieke en private domein.1 Daarbij is onderzocht in hoeverre militaire leiderschaps-,
integriteitsprincipes en competenties, zoals verankerd in de Visie op Leiderschap Defensie (2023) en
de Defensie Gedragscode Integriteit (2023), aansluiten bij of afwijken van de waarden en normen
binnen de civiele governancecodes en best practices zoals neergelegd in de Nederlandse Corporate
Governance Code (2025) en de Toolkit Commissariaat: Zinvol Toezicht begint met Inzicht van NR
Governance. Tenslotte zijn 12 voormalig officieren met toezichthoudende functies in diverse RvT’s,
RvC’s en RvA’s geïnterviewd en hun observaties en ervaringen verwerkt in de analyse, conclusies en
reflectie.
De centrale vraag luidt: in welke mate en op welke wijze dragen oud-militairen bij aan effectief, integer
en toekomstgericht toezicht binnen RvC’s en RvT’s?
2. BLUF (Bottom Line Up Front)
Oud-militairen voegen aantoonbare waarde toe aan toezichtorganen door hun strategische
denkvermogen, besluitvaardigheid onder druk, sterke integriteitsbesef en vermogen om te handelen
binnen complexe, dynamische en politiek-bestuurlijke contexten. Zij brengen een cultuur van
discipline, loyaliteit, verantwoordelijkheid en leiderschap mee die aanvullend is aan de private en
publieke sectoren. Ook vergroten ze de diversiteit binnen de RvC, danwel RvT.
Tegelijkertijd dienen oud-militairen te waken voor een te hands-on mentaliteit en dienen ze hun
ervaring en expertise te vertalen naar een toezichthoudende rol op afstand, waarin het vermogen tot
dialoog, reflectie en relationeel toezicht even belangrijk is als besluitvaardigheid. Wanneer die balans
wordt gevonden, versterken zij de diversiteit, het moreel kompas, strategisch inzicht en
besluitvaardigheid van de betreffende toezichtsorganen.
3. Onderzoek aanpak
Het onderzoek is uitgevoerd als een toegepast reflectieonderzoek en combineert literatuurstudie met
praktijkgerichte interviews.
De literatuur omvatte:
1 Alhoewel het voor actief dienende militairen mogelijk is om een commissarisfunctie als nevenfunctie te hebben, is
de praktijk dat deze constructie vooralsnog amper voorkomt en derhalve geen onderwerp is van dit onderzoek.
• De Nederlandse Corporate Governance Code (2025), waarin principes van onafhankelijk
toezicht, diversiteit, integriteit en langetermijnwaardecreatie (LTW) centraal staan;
• De Toolkit Commissariaat: Zinvol Toezicht begint met Inzicht en de Governance Kennisbank
van NR Governance, waarin de vier kernrollen van de commissaris worden uitgewerkt
(toezichthouder, werkgever, sparringpartner en ambassadeur);
• De Defensie Gedragscode Integriteit (2023), waarin kernwaarden als moed, toewijding en
verantwoordelijkheid worden gekoppeld aan voorbeeldgedrag en moreel leiderschap;
• De Visie op Leiderschap Defensie (2023), waarin Defensie haar leiderschapsfilosofie
beschrijft als “vertrouwen geven, verantwoordelijkheid nemen en transparant verantwoorden”.
Aanvullend zijn semigestructureerde interviews gehouden met oud-militairen die toezichthoudende
functies vervullen in zowel publieke als private organisaties. Zij werden bevraagd op hun perceptie van
de rol van de commissaris, hun persoonlijke bijdrage, en de vergelijking tussen militair leiderschap en
civiel toezicht. De resultaten van deze interviews zijn geanonimiseerd en kwalitatief geanalyseerd.
4. Centrale vraag en scope
De centrale vraag luidt: in welke mate en op welke wijze dragen oud-militairen bij aan effectief, integer
en toekomstgericht toezicht binnen RvC’s en RvT’s?
De scope omvat de vergelijking tussen militaire leiderschapsprincipes en de civiele governance
principes, met bijzondere aandacht voor de vier kernrollen van de commissaris (bron: NR
Governance, 2024):
1. Toezichthouder waakt over beleid en risicobeheersing;
2. Werkgever draagt zorg voor een integere en competente directie;
3. Sparringpartner biedt reflectie, strategisch tegenspel en ondersteuning;
4. Ambassadeur representeert de organisatie en draagt reputatie en waarden uit.
Deze vier rollen worden geplaatst tegenover de militaire kerncompetenties zoals verwoord in
Defensies leiderschapsvisie: leiderschap, integriteit, besluitvaardigheid, teamgerichtheid en
adaptiviteit.
5. Resultaten
5.1 Overeenkomsten in waarden en normen
Zowel de Defensie Gedragscode Integriteit als de Nederlandse Corporate Governance Code (2025)
benadrukken integriteit, verantwoordelijkheid en transparantie als kernwaarden. Militairen zijn van
nature getraind om te opereren binnen een ethisch kader waarin “doen wat juist is, ook als niemand
kijkt” (bron: Defensie, 2023) leidend is. Dit sluit nauw aan bij de governance code, die eist dat
commissarissen niet alleen formeel juist handelen, maar ook gebruik maken van hun moreel kompas
bij de beoordeling van het functioneren van de organisatie of bedrijf i.r.t. de bestuurders en het
algeheel presteren.
De interviews bevestigen dat oud-militairen deze waardeoriëntatie als vanzelfsprekend meenemen in
hun toezichthoudende rol. Zij herkennen in het toezicht de noodzaak van consistentie,
betrouwbaarheid en voorbeeldgedrag. Dit zijn waarden die ook in de militaire context als voorwaarde
voor effectief leiderschap gelden.
Op verzoek van de een aantal geïnterviewden zijn de resultaten niet herleidbaar naar de persoon en geanonimiseerd. Met als
kanttekening dat de RvA geen formeel toezichthoudend orgaan is.
5.2 Strategisch denken en richten
Binnen de krijgsmacht wordt strategisch denken ontwikkeld vanuit het principe van mission command:
duidelijk doel, ruimte voor uitvoering, en vertrouwen in het oordeel van de uitvoerder. Deze
leiderschapsstijl, beschreven in de Visie op Leiderschap Defensie (2023), sluit aan bij de governance
principes waarin commissarissen sturen op strategische richting zonder operationeel in te grijpen.
De meeste geïnterviewden benadrukten dat hun ervaring met complexe besluitvorming in risicovolle
situaties hun vermogen vergroot om scenario’s te overzien en te beoordelen. Hierdoor brengen zij
aanvullende en unieke expertise voor risico’s, strategisch overzicht, het inbrengen van verschillende
perspectieven, omgang met structurele onzekerheid en besluitvaardigheid. Competenties die zeer
waardevol zijn binnen het toezicht, advisering en werkgeverschap op en over bestuurders.
5.3 De rol van integriteit en moreel kompas
Volgens de Governance Kennisbank (NR Governance, 2024) vormt integriteit de basis van zinvol
toezicht. Commissarissen worden geacht een moreel kompas te hanteren dat verder gaat dan
naleving van regels. Oud-militairen brengen een sterk ontwikkeld ethisch kader mee, mede gevormd
door hun Defensie achtergrond en blootstelling aan crisissituaties en omstandigheden waar morele
dilemma’s onderdeel zijn van hun werk.
Uit het onderzoek blijkt dat deze morele vorming leidt tot een hoger bewustzijn van voorbeeldgedrag,
loyaliteit en verantwoordelijkheid.
5.4 De vier rollen van de commissaris in militair perspectief
Toezichthouder:
Oud-militairen onderscheiden zich door hun analytisch vermogen en risicobewustzijn. Hun ervaring
met operationele planning en evaluatie maakt hen sterk in het stellen van toetsende vragen en het
bewaken van consistentie tussen beleid en uitvoering.
Werkgever:
In deze rol herkennen oud-militairen de waarde van leiderschapsontwikkeling en teamcohesie. Zij
hechten aan duidelijke verantwoordelijkheden, transparante communicatie en zorg voor medewerkers.
Dit waarden die terugkomen in zowel de Defensieleiderschapsvisie als de verschillende
governancecodes.
Sparringpartner:
Hierin ligt een sterke meerwaarde. Militairen zijn getraind om kritisch te denken, vragen te stellen, mee
te denken en tegelijkertijd respectvol en dienstbaar aan de organisatie en bestuurder te blijven. Dat
vertaalt zich in constructief en doelgericht overleg met bestuurders, waarin eerlijkheid, duidelijkheid,
daadkracht en strategisch denken vooropstaan.
Ambassadeur:
De rol van ambassadeur sluit aan bij de militaire ervaring met representatie en diplomatie. Officieren
opereren vaak in internationale, politieke of maatschappelijke contexten en kunnen daardoor effectief
bijdragen aan de externe positionering en legitimiteit van een organisatie.
5.5 Valkuilen en transitie-uitdagingen
Hoewel oud-militairen waardevolle competenties meebrengen, kent hun overgang naar de
toezichthoudende context enkele uitdagingen.
De eerste betreft de omschakeling van operationeel leiderschap naar toezichthoudend leiderschap. In
de governance context is de commissaris niet de commandant, maar de bewaker van richting, waarde
en integriteit. Het vermogen om “op afstand” te sturen vereist zelfreflectie en bescheidenheid.
Een tweede uitdaging is het verschil in organisatiecultuur. Waar Defensie vaak hiërarchisch en
taakgericht functioneert, zijn RvC’s en RvT’s meestal gebaseerd op horizontale besluitvorming en
collectieve consensus. Oud-militairen moeten leren schakelen tussen directheid en diplomatie.
Tot slot speelt diversiteit in perspectief een rol. Militairen kunnen geneigd zijn te denken in structuren,
bevelslijnen en procedures. De toezichthouderrol vraagt ook om nuance, relativering en ruimte voor
paradoxen. De balans tussen daadkracht en reflectie bepaalt hier de effectiviteit.
6. Conclusie en aanbevelingen
6.1 Conclusie
Het onderzoek bevestigt dat militairen in toezichthoudende organen een positieve bijdrage kunnen
leveren in de diversiteit, maar zeker ook met de expertise, ervaring, competenties en kwaliteiten die ze
meebrengen naar de respectievelijke RvC en RvT tafels en fora. Hun sterke morele kompas,
strategische denkkracht, ervaring met besluitvorming (onder druk), verschillende perspectieven en
integriteit versterken ze de governance van organisaties.
Deze competenties zijn ook nog eens extra waardevol in tijden van crisis, transitie of maatschappelijke
druk, waarin organisaties behoefte hebben aan toezichthouders die richting, rust, vertrouwen en
verantwoordelijkheid uitstralen.
De overlap tussen de Defensie Gedragscode Integriteit, de Visie op Leiderschap, en de Nederlandse
Corporate Governance Code in combinatie met de interviews toont aan dat de waarden waar Defensie
in investeert, naadloos aansluiten bij de kernwaarden van goed toezicht.
6.2 Aanbevelingen
1. Stimuleer de instroom van oud-militairen in toezichtfuncties.
Defensie en maatschappelijke partners kunnen gezamenlijk een transitieprogramma
ontwikkelen waarin oud-officieren worden voorbereid op toezichthoudende rollen, inclusief
scholing in governance en stakeholdermanagement.
2. Benut het moreel leiderschap van oud-militairen voor integriteitsvraagstukken.
Hun ervaring met ethische besluitvorming kan bijdragen aan het versterken van de
integriteitscultuur binnen organisaties.
3. Verhoog diversiteit van perspectieven.
Plaats militairen niet in een aparte categorie, maar erken hun specifieke invalshoek als
verrijking van het collectieve toezicht.
7. Reflectie
Het onderzoek laat zien dat de aansluiting tussen Defensie en governance groter is dan vaak wordt
verondersteld. Leiderschapsprincipes die binnen de krijgsmacht vanzelfsprekend zijn, zoals
verantwoordelijkheid nemen, helder communiceren en integer handelen vormen ook in toezichthouder
rollen de essentie van goed bestuur.
De inzichten uit de NR Governance Toolkit benadrukken dat effectief toezicht begint met zelfinzicht.
Voor oud-militairen betekent dit het bewust omzetten van operationele ervaring naar reflectieve
invloed. Waar in de militaire context het bevel leidend is, wordt binnen toezicht vertrouwen de leidraad.
De kracht van oud-militairen ligt in hun vermogen om ook onder druk het overzicht te bewaren, te
handelen naar waarden en loyaal te zijn aan missie en team. Hun uitdaging ligt in het loslaten van
directe controle, het op de handen zitten en de juiste reflectieve vragen te stellen en andere inzichten
en/of perspectieven te bieden.
Met de kanttekening dat de selectie van de 12 geïnterviewden doelgericht was en zich richtte op oudofficieren
met toezichthoudende ervaring. Omdat het gros afkomstig is uit de hogere rangen zijn de
bevindingen niet per se representatief voor alle militairen. Wel geven ze inzicht in
leiderschapsprincipes op strategisch niveau. De interviews zijn gebaseerd op terugkerende patronen.
De resultaten dienen daarom te worden gelezen als kwalitatieve duiding, niet als statistische
generalisatie.
De meerwaarde van hun aanwezigheid in RvC’s en RvT’s overstijgt hun individuele competenties; het
symboliseert een brug tussen publieke waarden en private governance, tussen plichtsbesef en
maatschappelijk ondernemerschap.
Oud-militairen brengen niet enkel ervaring, maar vooral betekenis in de supervisory
boardroom.


